Sensoren, actoren en het zenuwstelsel van slimme gebouwen

KNX is vergelijkbaar met een fijn zenuwstelsel, dat is uitgerust met sensoren en actoren. Alles wat de sensoren waarnemen, wordt als commando’s naar de actoren doorgestuurd. De actoren zorgen op hun beurt weer voor de gewenste reactie: ze schakelen het licht in als het te donker wordt, ze schakelen de verwarming als het te koud wordt en ze bewegen de jaloezieën als de zon te veel verblindt. De topologie – het zenuwstelsel – is daarbij variabel: lijn-, boom-, maar ook sterstructuren zijn mogelijk. In tegenstelling tot de traditionele installatie, waarbij besturing, oftewel schakelen, en energieverdeling met elkaar zijn verbonden, communiceren de KNX-deelnemers via een eigen netwerk.

Het netwerk van een KNX-installatie wordt in delen opgesplitst, zogenaamde lijnen, en hiërarchisch gestructureerd. De lijnen zijn via lijn- of zonekoppelingen logisch en fysiek met elkaar verbonden. Elke lijn krijgt een voedingspanning, die afhankelijk van de afzonderlijke uitvoering maximaal 64 deelnemers van stroom kan voorzien. Je kunt een lijn met maximaal drie lijnversterkers uitbreiden met telkens nog eens 64 deelnemers. Een zone bestaat uit 15 van deze KNX-lijnen. En 15 zones kunnen met een zonelijn, de zogenaamde ‚Backbone‘, met elkaar worden verbonden. Minus de systeemcomponenten kun je maximaal 58.384 KNX-componenten in een installatie installeren.

dl278-33